Motief #204

Jheronimus Bosch, ‘die maelre’…

Na de grote tentoonstelling over de late Rembrandt was de tentoonstelling in de eerste helft van dit jaar over het werk van Jeroen Bosch in het Brabants Museum een ware must have seen. Meer dan 400.000 bezoekers gingen langs de nog geen twintig schilderijen van de 500 jaar geleden overleden schilder. Wat boeit zo aan deze bizarre wereld die Jeroen Bosch ons met duiveltjes, monsters, exotische planten en helletafrelen voortovert? Is hij een excentrieke outsider in de kunst, wiens werk door een merkwaardig toeval de muren van paleizen en kerken tooide? Wie zich er enigszins in verdiept komt tot het tegengestelde oordeel. Jeroen Bosch was eerder gevestigde orde. Maar zijn werk vraagt er wel om begrepen te worden.

Het begint met zijn geboorte in een familie van schilders. Hij leerde het vak van zijn vader. Een van de weinige dingen die we weten over zijn leven is, dat hij huwde met de rijke koopmansdochter Aleid van de Meervenne. Daardoor behoorde Jeroen Bosch tot de meest welgestelde burgers van de stad en kon hij zich een groot huis met personeel aan de Markt van Den Bosch veroorloven, waarin tevens zijn atelier was. Daardoor kon hij het zich ook permitteren toe te treden tot de gezworen broeders van de Broederschap van Onze Lieve Vrouwe. De broeders hadden religieuze plichten en vaak een (lagere) kerkelijke functie. Daardoor was Jeroen Bosch waarschijnlijk behoorlijk theologisch onderlegd. De rijkdom aan motieven en voorstellingen – die hij met een zeer eigen kunstenaarsfantasie weergaf – waren vermoedelijk goed in hun betekenis te ‘lezen’ voor de broeders en de contacten uit kerkelijke, adellijke en bestuurlijke kringen, die hij via de broederschap opdeed en die zijn opdrachtgevers waren. Die wereld van christelijke symboliek is niet meer zo de onze en moeten we geduldig ontcijferen. De schilderijen waren vroeger ook al kostbaar en lieten zich lezen als een boek dat men vaker ter hand kon nemen. Jeroen Bosch’ voorstellingen zijn daarbij in alle rust geschilderd. Hij hoefde immers geen grote productie te leveren, omdat hij van het schilderen voor zijn levensonderhoud niet afhankelijk was.

Wij willen met de leden in die wereld op 9 september onderduiken. Wij zijn in de gelegenheid daarvoor in het huis van de broederschap te Den Bosch samen te komen. Dat mag aanleiding zijn ons niet alleen in de algemene christelijke beeldtaal te begeven, maar ook in die van de onderliggende geestelijke stroming die in het teken staat van de ‘zwaan’. Onder de broeders waren sommige ‘zwanenbroeders’ en hier ligt een verband met de stroming van de ‘Zwanenridders’ die als Lohengrin verbonden is met het rivierenland van Schelde en Rijn, met Antwerpen, Kleef en Nijmegen. Tegenover de stroming van de Moderne Devotie (langs de IJssel) staat de meer zuidelijke stroming van de zwaan (Schelde en Rijn). Wat kunnen wij beter doen dan, nadat we eerder dit jaar in ons ‘time slot’ zwijgend langs de beelden zijn gegaan, ons op die historische plek te bezinnen op de onderliggende geestelijke impuls, die in gemetamorfoseerde vorm ons in nieuwe imaginaties kan bezielen?

Jaap Sijmons

Deel dit op facebook