Motief #223

Aan tafel

Op een vroege avond zette ik mij aan een tafeltje met drie oude mensen neer. Ze waren net aan de maaltijd begonnen. Een Libanees, een Duitse en een Vlaming. De Libanees ging op in het verorberen van een opgewarmde pannenkoek, de Duitse nam de aangeboden boterham in ontvangst en gaf als dankzegging een kus op het voorhoofd van de begeleidster, de Vlaming keek strak en zwijgend voor zich uit en zag toe hoe zijn boterham met kaas werd klaargemaakt. Voor het raam verscheen een grote stevige meeuw, die op de goot heen en weer liep, in de hoop op een toegeworpen stuk brood, dat hem eerder al eens ten deel was gevallen. De tafelgenoten zagen de meeuw maar begroetten hem niet. Ze waren het gewend en lieten hem begaan.

Na de maaltijd spreek ik in een apart hoekje met de Vlaming. Ik hoor zijn verhalen en zijn dromen. Die middag hadden ze aan tafel ruzie gehad. De Libanees vertrouwt hem niet en is opvliegend van karakter. De Duitse is een beetje nieuwsgierig en praat graag. De Vlaming heeft er genoeg van en wil naar huis. Toch heeft hij zich ook gehecht aan deze mensen en is zijn eigen huis niet helemaal zijn thuis meer. Waar hoor je bij als je nergens thuis bent?

Zo zitten verschillende mensen aan eenzelfde tafel. Zij delen het lot van een zekere beperking; ze verliezen hun grip op de aardse dingen des levens. Tegelijk worden zij steeds meer deel van elkaars leven. Zij volgen elkaar en luisteren naar elkaars belevenissen.

Hoe zou het zijn als aan deze tafel niet alleen een bedelende meeuw maar ook een voedende levenskracht aanwezig zou zijn? Een dragende substantie waarop ze innerlijk konden rusten en waarin hun ziel zich kon verwijden. Zodat ze de diepere dingen des levens konden delen. Zodat ze met hun leven deel van de ander konden worden. Zou er dan een gezamenlijk thuis kunnen ontstaan?

Een dragend wezen te vinden die als levende substantie stroomt; die stroomt tussen mensen wier innerlijk zich opent en die hen naar een gezamenlijke toekomst draagt. Mensen die buitengewoon sterk van elkaar verschillen; die willen ontdekken wie zij ten diepste zijn en waar hun gezamenlijke weg loopt. Mensen die grip willen krijgen op de bovenaardse dingen des levens. En die weten dat er in hun hart iets levends glanst, iets dragends leeft, iets dat hen in staat stelt met hun leven deel van die ander te zijn.

Pim Blomaard

Deel dit op facebook