Motief #224

Voor het stoplicht

Terwijl twee van mijn kinderen voorin de bakfiets vol verwachting naar het stoplicht staren, wachtend op het groene licht, valt mijn oog op de woorden ‘Pro Deo’. Daar achter het etalageglas van een onopvallend boekwinkeltje, waaraan ik meestal voorbijflits, lichten de woorden op. Ze klinken in mij, ik herhaal de woorden ‘Pro Deo, Pro Deo’. Zou zo’n boek verkopen? Waarom ligt dat hier? Ik stel mezelf een aantal van die vragen en kijk nog eens goed. Als ik mijn ogen een beetje dichtknijp, kan ik tussen mijn wimpers door nog net een glimp van de ondertitel lezen. Niet wat ik dacht, maar de geschiedenis van een kerk.

Terwijl ik op het enthousiasmerende sein van de kinderen de fiets weer in beweging breng, stel ik mezelf de vraag: ‘Voor God – wat betekent dat voor de mens van deze tijd? Wat betekent dat voor mij?’ Ja, vroeger deed je de dingen ‘voor God’ en hoe je dit moest doen, daar hoefde je niet over na te denken. Je leefde volgens het voorschrift van de gezaghebbende instantie, zoals de kerk waarbij het geloof op een dogmatische manier de ruimte van de individuele vrijheid innam.

En nu? Buiten onszelf vinden we nauwelijks nog kaders. Buiten mijzelf vind ik alles en tegelijkertijd verdwaal ik in het niets. De totale vrijheid en toegankelijkheid die wij tot de wereld buiten ons hebben, maakt dat ik God nergens meer buiten mezelf kan ontmoeten, behalve wanneer ik mijzelf werkelijk verbind, verbind met mijzelf, mijn karma en mijn lot. En ook daar zal ik God pas vinden, of kan Christus in mij werkelijk tot scheppende realiteit worden, als ik mij vanuit volledige vrijheid en in liefde kan verbinden met de individuele intuïtie die ons allen geschonken is en tegelijkertijd met de handelingen in de dagelijkse realiteit.

Dan kan het geweten dienend zijn en is het niet van gisteren (de gevestigde normen) of van morgen (de gedroomde idealen), maar de stem van het nu, de tegenwoordigheid van geest die in het handelen uit liefde zich realiseert. Het vraagt inzicht, moed en enthousiasme om ons handelen zo te doorleven, dat wij het goede doen, opdat goed worde… En dat het afgestemd is op de geestelijke grondslag waarin elke uiterlijke realisatie zijn oorsprong vindt.

Ja, voor God betekent voor mij dat we als mens onszelf zo ontwikkelen dat we in staat zijn vrij te denken, moreel juist te handelen en daarin de geestelijke wereld tot medeschepper te maken in ons eigen zijn en dat van de wereld. Zodat elke handeling niet ‘Pro Deo’ bestaansrecht vindt en beloond zal worden, maar dat elke handeling een sacrament, offer en genade in zich draagt. Zoals mijn dochter laatst zo mooi verwoordde: ‘Mamma, als God alles gemaakt heeft, dan zijn wij in God. En als wij in God zijn, is Hij ook in ons’.

Emma Vink

Deel dit op facebook