Motief #231

Ideaal en werkelijkheid: bureaus en tafels

De Antroposofische Vereniging heeft met de geesteswetenschap een ambitieus doel. Een universiteit in ons land heeft al gauw 5.000 medewerkers en een budget van tussen een half en een heel miljard euro. Wat kan een kleine vereniging als vrijwilligersorganisatie, betrokken op zowat alle belangrijke levensvragen, daar reëel tegenover stellen? Zeylmans en Lievegoed wilden na elkaar ieder een hogeschool realiseren (in Den Haag respectievelijk in Driebergen). Het bleek te hoog gegrepen.

Het maakt me blij in Motief telkens te lezen hoeveel activiteit er onder en vanuit de leden is. Dat gaat een bestuur echt niet leiden en organiseren. Maar de vereniging is ook drager van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen. Die school reikt haar leden meditaties aan, die vooraleerst niet meer doen dan de individuele mens voorbereiden en vertrouwd maken met de geest. In de secties verbindt de hogeschool zich met de gebieden waarop de antroposofie in de wereld tot werkzaamheid is gekomen, en dat is in honderd jaar al heel veel. Daar zijn wij als gemeenschap medeverantwoordelijk voor het werken vanuit de antroposofie en is de richting, bestuurlijk en in Goetheanumverband, vanuit het geheel naar het concrete.

Het besturen en organiseren moet dus tegelijk met grote ambitie en met de nodige bescheidenheid. Bovendien doet de tijd zijn werk. Ons bestuur trad aan met een erfenis uit de tijd dat er nog 5.000 leden waren. In de Boslaan was een kamer voor de voorzitter met een groot bureau, een kamer voor de secretaris, een kamer voor de directeur, een uitvoerende staf aan vijf bureaus en op zolder ruimte voor de redactie van Motief met drie bureaus. In Den Haag was de bibliotheek met twee bibliothecaressen. Het onbezoldigde bestuur van na de babyboomgeneratie met een vereniging van ongeveer 3.500 leden moest dat anders gaan doen. We maakten boven een bestuurskamer met een vergadertafel, waar ook andere groepen gebruik van maken. Er kwam beneden een grote vergaderzaal voor een nog grotere ronde. Met het Elisabeth Vreedehuis deden wij het niet wezenlijk anders. De ruimte is gecreëerd voor ledenactiviteiten en de mogelijkheid om aan te schuiven aan tafel. Wij proberen de vereniging, net als de huizen, open deuren te geven.

Onze kleine vereniging is groot als haar ideaal in ons zo werkelijk wordt, dat over die tafels heen wij antroposofie in de ander zien leven. Spiritueel realisme zal steeds nodig zijn, want alles heeft een maat en prijs. Daarover meer op de komende jaarvergadering!

Jaap Sijmons