Motief #233

Het element tijd

Aan het einde van deze eerste juniweek vindt de algemene ledenvergadering van de Antroposofische Vereniging in Nederland plaats; u heeft daarover in de vorige twee nummers van Motief al het nodige kunnen lezen.

Het is na de afgelopen vijf jaar zo, dat er een nieuwe periode aanbreekt waarin de posities in het bestuur worden heroverwogen. De voorzitter- en de penningmeesterfunctie worden door nieuwe ambtsdragers bekleed, andere bestuursleden stellen zich opnieuw beschikbaar, naar we hopen met volle ondersteuning van alle leden. Bij het aftreden van Jaap Sijmons als voorzitter gaat ook de functie van secretaris-generaal naar zijn opvolger. Mij valt de eer te beurt die functie voor de AViN een tijd invulling te geven. Ons huidige bestuur en ook het bestuur van de AAG heeft mij hartelijk welkom geheten.

Bij de eerste bijeenkomt ontmoette ik in het Goetheanum de vertegenwoordigers van ruim dertig landen, van Canada tot Brazilië, van Zuid-Afrika tot Finland, van Nieuw-Zeeland tot India en Japan. We hebben met elkaar drie dagen gesproken over allerlei onderwerpen die de vereniging aangaan, qua inhoud en beleid, qua financiën, qua sociale vorming.

Bij een latere gelegenheid zal ik u daarover uitvoeriger informeren. Maar nu is het in elk geval mooi alvast iets te schrijven over het thema dat voor dit jaar gekozen is om in ledengroepen en andere groepen inhoudelijk ter hand te nemen. Dat thema behelst het tweede deel van de Grondsteenspreuk van de Antroposofische Vereniging, het deel dat over het ritme en de beweging van hart-long handelt en over de werkzaamheid van Christus. De aandacht wordt speciaal gericht op het element tijd. We staan in onze biografie tussen verleden en toekomst, dat wat geworden is en dat wat nog niet bestaat. Het ‘nu’ is altijd. Heel veel van Rudolf Steiners werk aan de oefenwegen die hij beschrijft, is gerelateerd aan tijd: reflectie op het verleden en aansporing om dat te verteren, alsmede het ontwikkelen van een open houding voor dat wat op ons toekomt. Zo is het zinloos de Michaëlimpuls te willen begrijpen zonder het element tijd. Het ritmisch ademend karakter van de tijd (beleefbaar in jaarverloop, in dag- en nachtritme) is te vinden in het sociale leven. In zijn voordracht over de sociale en antisociale impulsen in de mens benadrukt Rudolf Steiner dat heel indringend (in GA 186).

Ik hoop van harte dat we in de komende bestuursperiode de vereniging nog weer steviger kunnen grondvesten.

Rik ten Cate

Deel dit op facebook