Boeken – nieuwtestamentici – Motief 234 juli-augustus 2019

Rudolf Steiner onder nieuwtestamentici

Tekst: Rob Steinbuch

 

In 1996 verscheen het boek Eerst zien. Christelijk geloof en inzichten van Rudolf Steiner, geschreven door Wim Schuwirth. Dit boek was bedoeld om het gesprek met mensen uit christelijke geloofsgemeenschappen over de christologie van Rudolf Steiner te faciliteren. Het leidde indertijd tot verschillende nuttige contacten. Drie jaar later verscheen de tweede, herziene druk. In dat boek stond de geloofsleer, de dogmatiek, centraal.

De nadruk is sindsdien echter steeds meer verschoven naar het bijbelonderzoek, dat gebruik maakt van archeologisch onderzoek. Daardoor ontstonden nieuwe exegetische inzichten. Dat was voor Wim Schuwirth de reden om een tweede boek te schrijven, waarin met name de resultaten van dat recente bijbelonderzoek naast de inzichten van Steiner worden gelegd. Zo ontstond Rudolf Steiner onder nieuwtestamentici.

Het boek begint met een bespreking van de biografie van Rudolf Steiner. In drie delen wordt beknopt ingegaan op zijn levensloop, op de centrale plaats van het Christus-gebeuren voor hem en op de verhouding van hem en van zijn christologie tot de wereld van de theologen, toen en nu. Schuwirth wijst op de bijzondere Christus-ervaring die Steiner tegen de eeuwwisseling van de negentiende tot de twintigste eeuw had en die zijn leven wezenlijk heeft bepaald. Hij wijst ook op de voortdurende ontwikkeling van zijn gedachten: een voorbeeld van toenemend inzicht. Belangrijke resultaten van het bijbels archeologisch onderzoek (bijvoorbeeld de Dode Zee-rollen) bevestigen intussen enkele van zijn inzichten.

Het laatste deel van deze inleiding behandelt de dialoog met theologen die zich over het werk van Steiner hebben uitgesproken. Dat was al in zijn tijd het geval en ook nu zijn daar voorbeelden van te geven.

Steiner was geen theoloog, maar occult onderzoeker. Maar zijn inzichten leveren wel essentiële bijdragen aan de hedendaagse exegese. Daarbij moet men niet alleen aan de vakwereld denken, maar aan iedereen die zich in de evangelieteksten wil verdiepen. Schuwirth citeert daarover een tekst van Steiner: ‘De evangeliën zijn zo peilloos diep, ze zijn woorden van kracht en hierin onderscheiden ze zich van alle andere geschriften.’

Het grootste deel van het boek is gewijd aan concrete onderwerpen. Daarbij heeft Schuwirth een keuze gemaakt die goed aansluit bij concrete vragen over het Christus-gebeuren. Het eerste thema is de Christus-ervaring. Hoe hebben zijn leerlingen hem ervaren, hoe heeft zich dat later ontwikkeld en wat is er nu aan de hand? Schuwirth wijst op de Christus-ervaringen die vanaf het eerste deel van de twintigste eeuw optreden, en waarin Christus ‘in zijn nieuw, onvergankelijk lichaam’ verschijnt.

Daarna komen nog negen onderwerpen aan de orde. De achtergronden van de Scheppings- en Paradijsverhalen worden eerst besproken. Vervolgens de menswording van het Zonnewezen. Dan volgt hoe de incarnatie van dat Zonnewezen in zijn werk ging: het mysterie van de twee Jezuskinderen, waarover op verschillende beroemde schilderijen uit de renaissance een en ander is te zien. De betekenis van de Essenen en de contacten van Jezus met deze gemeenschap krijgen als volgende thema veel aandacht. Ook wordt de doop in de Jordaan besproken, met de heel specifieke visie van Steiner daarop. Een bespreking van het openbare leven van Christus Jezus als Heiland, uitmondend in het Pinkstergebeuren, sluit dit af. In de eerste eeuwen na Christus ontstonden verschillende stromingen, waaronder die van de gnosis. Daarbij ging het over de vraag naar het wezen van Christus Jezus. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan het Lazarus-Johannes mysterie en de bijzondere positie van Maria Magdalena. Het geheel wordt afgesloten met een heel persoonlijke bijdrage van de schrijver, over het ‘Ik Ben’ beginsel.

In een kort slotwoord wijst Schuwirth op de actuele betekenis van het werk van Steiner voor de ontwikkeling van de theologie. Dit vraagt echter om ‘een openheid voor de idee van het bestaan van andere geestelijke wezens en uiteindelijk van een hoogste goddelijk-geestelijk wezen dat menselijke gestalte heeft aangenomen’.

Achter in het boek zijn acht afbeeldingen in kleurendruk weergegeven van schilderijen die de tekst illustreren. De voetnoten geven aan welke bronnen Schuwirth voor zijn studie heeft gebruikt.

Het boek is fraai en goed verzorgd uitgevoerd. Het getuigt van een grondige studie van de opvattingen en onderzoeksresultaten van Steiner en van vele eigentijdse, maar ook van eerdere en vroegchristelijke theologen en exegeten. Het is een doorwrocht werkstuk geworden dat tegelijk uitstekend leesbaar en levendig is geschreven. Daardoor is het geschikt voor een breed publiek. Het leent zich ook goed als gespreksstof. Het is zeker op zijn plaats binnen de antroposofische gemeenschap, maar kan ook een waardevolle bijdrage leveren aan het tot stand komen van een brug naar onze maatschappelijke omgeving. Van harte aanbevolen!

Wim Schuwirth, Rudolf Steiner onder nieuwtestamentici. Het vijfde evangelie. Uitgeverij Nearchus / Adventum, 190 pagina’s, ISBN 9789492 326331, prijs € 16,75.