Gewildheid – Motief 234 juli-augustus 2019

Een wereld vol ‘gewildheden’

Tekst: Jan Diek van Mansvelt

 

Soms zie je iets ineens heel duidelijk voor je. Kraakhelder.

Laatst zag ik dit: mijn tuintafel is gewild. Hij is er omdat hij gewild werd. Zeker, ook door mij als koper. Toen ik hem kocht was hij eerder al gewild door de winkelier. Maar oorspronkelijk was hij gewild door de maker. Als die hem niet gewild had was hij er niet geweest. Dan had zijn maker hem niet gemaakt.

Zo kan ik in mijn tuintafel gestolde makers-wil zien. Gestold, omdat hij nu staat waar hij staat, zoals hij gemaakt, vervoerd, en door mij neergezet is. De wils-investeringen van de winkelier en mij zijn relatief gering vergeleken met die van de maker, die zijn tuintafelontwerp in bruikbare materie moest verwerkelijken. Waarom maakte hij een ontwerp? Omdat hij iets wilde maken.

De als zodanig onzichtbare makers-wil verschijnt voor ons als maaksel in de zichtbaarheid. Dat geldt voor alle producten. Je kunt producten dus ook ‘gewildheden’ noemen (inderdaad, een neologisme). Waar je ook kijkt, overal zie je gemaaktheden. Van tandenborstel tot laptop, van kunstwerk tot kleding. Niks daarvan komt zomaar uit de lucht vallen. Auto’s, wegennet, boerderijen, zendmasten…

Soms moet je even moeite doen om te achterhalen wie wat van dat alles gewild heeft. Merkkleding, merkproducten in het algemeen, zijn eigenlijk niet door de merk-eigenaar zelf gewild, maar door de ontwerpers en de uitvoerende makers, de arbeiders. Dat is ook zo als het makers waren van productiemachines, en wij kunnen menen dat de automaat de maker van de producten is.

De term ‘gewildheid’ is nog te specificeren tot ‘ik-gewildheid’. Er was immers ooit een ik dat mijn tuintafel wilde maken. Anders was hij er nooit geweest.

Waar het ambachtelijke producten betreft, is de wordingsgeschiedenis nog enigszins overzichtelijk. Bij industriële productie kom je een hele reeks hiërarchisch samenwerkende (willende) ‘willers’ tegen om de scheppings-initiatief-wil, via de nodige ontwerp-wil en concretiserende uitvoeringswil, tot een fles bier, parfum of geneesmiddel te laten stollen.

Wie ooit zelf iets maakte, weet hoe het eindproduct zich verhoudt tot dat wat je oorspronkelijk voor ogen kreeg toen je iets wilde. Veelal is het een mogelijke verschijning van wat je eigenlijk wilde. Een verschijning die voor iedereen zichtbaar en tastbaar is. Als ze eens wisten wat jij eigenlijk voor je zag. Maar dat is onzichtbaar – voor anderen.

Tsja, en die tuintafel staat daar maar gewild te zijn.

Foto: Shutterstock